Een machtig slot had Puccini voor zijn opera Turandot voor ogen. Groots en meeslepend. Zoiets als Wagners Tristan & Isolde, maar dan in het kwadraat. Daarmee maakte Puccini het zichzelf niet gemakkelijk, want de slotscène van de eerste en de tweede akte waren al indrukwekkend, dus hoe dan het slot van die derde akte te componeren? Puccini dreigde zo waar in een ‘writers block’ te geraken. Hij sprak erover met zijn vriend, de dirigent Arturo Toscanini in de hoop dat deze hem weer aan de tekentafel zou krijgen. Maar in plaats van steun ondervond Puccini alleen weerstand. Puccini en Toscanini kregen zelfs ruzie, want Toscanini zag niets in zo’n uitzinnig einde. Toch ging Puccini op zijn ingeslagen weg voort. En toen hij vermoedde, dat hij wellicht zijn opera niet meer zelf kon voltooien, instrueerde hij dat de componist Riccardo Zandonai het werk zou afmaken.
Zo ver zou het echter niet komen. Na de dood van zijn vader vond de zoon van Puccini dat Riccardo Zandonai helemaal niet de aangewezen persoon was om de opera te voltooien: veel te populair. Hij gaf de schetsen en de opdracht aan een andere componist, Franco Alfano, die conform Puccini’s schetsen de opera afrondde, zodat men aan de repetities voor de première kon beginnen. Maar toen mengde Toscanini zich weer in het debat. Over het graf van Puccini heen verordonneerde hij dat Alfano het slot flink zou inkorten. Wat Alfono geconstrueerd had aan de hand van Puccini’s schetsen, ging in zijn ogen te ver. Op de avond van de première – op 25 april 1926 in La Scala in Milaan – ging Toscanini nog een stapje verder. Vlak na de dood van Liù aan het begin van de derde akte legde hij zijn dirigeerstokje neer met de woorden ‘Qui finisce l’opera, perché a questo punto il maestro è morto’, ofwel ‘Hier stopt de opera, want op dit punt overleed de meester’. Zelfs de verkorte versie van Alfano wilde Toscanini niet opvoeren.
Zo ontstond de gewoonte om ofwel de opera onvoltooid af te breken zoals Toscanini dat had gedaan, ofwel de verkorte versie van Alfano die Toscanini had bedongen, te spelen. Dat Alfano op basis van schetsen van Puccini een veel langere versie had gemaakt, verdween uit het collectieve geheugen. Pas in de jaren ’80 kwam er een eerste opvoering met de originele uitwerking die Alfano gemaakt had.
En wat blijkt?
En wat blijkt? Het probleem van de plotse ommezwaai van Turandot – hoe kon de ijsprinses Turandot na de dood van Liù als een blad aan de boom omdraaien en zich verliefd overgeven aan Calaf – blijkt helemaal niet te bestaan.
In de schetsen van Puccini geeft Turandot zich namelijk helemaal niet zomaar gewonnen. Sterker nog, in een lange aria geeft de prinses aan, dat ze aanvankelijk überhaupt niet van plan was haar hart voor Calaf open te stellen. Maar in zijn ogen zag zij echter niet de angst die ze bij de andere prinsen wel zag. Daarentegen zag zij in zijn blik een hooghartige zekerheid. Een hooghartige heldhaftigheid, waar ze Calaf om haatte en tegelijk ook lief had. En nu voelde ze zich verslagen. Niet zo zeer verslagen door het verliezen van de weddenschap om de naam van Calaf, maar verslagen door een verschrikkelijk en teder vuur. Ze vraagt Calaf te verdwijnen…