Bekijk al onze blogs

dinsdag 5 november 2019

Nabucco – Verdi’s eerste grote triomf

Het had niet veel gescheeld of de wereld had het zonder de opera Nabucco van Giuseppe Verdi moeten doen. Rond het ontstaan van de opera ging Verdi door een bijzonder donkere periode in zijn leven, en even leek het erop dat hij het componeren voorgoed zou opgeven. Gelukkig is dat niet gebeurd, en kunnen we tegenwoordig niet alleen genieten van Nabucco, maar ook van de meer dan twintig opera’s die hij daarna nog zou schrijven.

Persoonlijke en professionele tegenslag

In 1838 overleed het één jaar oude dochtertje van Verdi en zijn vrouw Margherita Barezzi. Dit weerhield hem er niet van om zijn eerste opera – Oberto, conte di San Bonifacio – te voltooien. De première aan het Teatro alla Scala in Milaan was redelijk succesvol en Verdi zette zich aan de compositie van een tweede opera voor hetzelfde theater. Maar het noodlot sloeg opnieuw toe, en in 1840, terwijl hij aan zijn tweede opera werkte, overleed ook Margherita. Verdi was ontroostbaar.

De jonge Giuseppe Verdi
De jonge Giuseppe Verdi

Je kunt het de componist moeilijk kwalijk nemen dat zijn hoofd niet stond naar het componeren van een luchtige komedie. Hij wist de opera te voltooien, maar de première van Un giorno di regno was een gigantisch fiasco. De critici sabelden het stuk neer en de reactie van het publiek was ijskoud. Verdi was door het verlies van zijn naasten én het falen van zijn opera zo uit het veld geslagen, dat hij besloot om nooit meer een noot op papier te zetten.

De aanhouder wint

Er zijn weinig directe bronnen uit de periode dat Verdi begon te werken aan Nabucco: nauwelijks aantekeningen, en nauwelijks correspondentie met de librettist Temistocle Solera. Wat we over deze periode weten, komt uit de memoires van Verdi, die hij zelf in 1879 aan zijn uitgever Giulio Ricordi dicteerde ten behoeve van een biografie. Verdi vertelt hoe de artistiek leider van het Teatro alla Sacala, Bartolomeo Merelli, druk bleef uitoefenen op de componist om een nieuwe opera te schrijven, ondanks zijn besluit om nooit meer te componeren.

Merelli had een naar eigen zeggen prachtig libretto over de Babylonische heerser Nebukadnezar. Hij had het libretto eerder aangeboden aan de componist Otto Nicolai, maar die vond het libretto drie keer niets en weigerde het op muziek te zetten. Hoewel Verdi bleef volhouden dat hij nooit meer zou componeren, gaf Merelli hem toch het libretto mee.

Verdi’s memoires

In Verdi’s memoires lezen we het volgende:

“Op weg voelde ik een soort ondefinieerbare onrust, een diepe droefheid, een smart die mijn hart vulde. Toen ik thuiskwam, gooide ik het manuscript op tafel met een wild gebaar, en stond ernaar te staren. Het was opengevallen, en zonder het te beseffen keek ik naar de pagina en las de regel: ‘Va pensiero, sull’ali dorate.’

Ik keek naar de volgende verzen en was diep geraakt, vooral omdat ze bijna een parafrase waren van de Bijbel die ik altijd graag heb gelezen. Ik las een passage, toen een andere. Toen, resoluut in mijn besluit nooit meer te componeren, dwong ik mijzelf het boek te sluiten en naar bed te gaan. Maar Nabucco bleef door mijn gedachten spoken, en ik kon niet slapen. Ik stond op en las het libretto, niet een keer, maar twee of drie keer zodat ik het tegen de ochtend zo’n beetje uit mijn hoofd kende. Toch was ik vastbesloten mij aan mijn besluit te houden, en diezelfde dag ging ik terug naar het theater en gaf ik het manuscript terug aan Merelli.

‘Mooi, niet?’, zei hij.

‘Erg mooi.’

‘Nou, zet het dan op muziek!’

‘Zeker niet. Ik denk er niet aan!’

‘Zet het op muziek! Zet het op muziek!’ En met die woorden pakte hij het libretto, stopte het in mijn jaszak, greep me bij de schouders, en duwde me niet alleen zijn kamer uit maar deed voor mijn neus de deur op slot. 

Wat moest ik doen? Ik ging naar huis met Nabucco in mijn zak. De ene dag een vers, de volgende dag een andere, het ene moment een noot, het andere een frase. Stukje bij beetje werd de opera geschreven.”

Het Slavenkoor

Mogelijk zijn Verdi’s herinneringen aan het ontstaan van Nabucco, de opera die eerst voluit Nabucodonosor had geheten, in de loop der tijd wat verfraaid. Het neemt niet weg dat hij uiteindelijk de stap nam om toch weer te gaan componeren, en dat het de woorden waren van het later zo beroemde Slavenkoor die hem als eerste zo begeesterd hadden. Het is daarom misschien ook niet meer dan terecht dat juist dit deel van de opera zo ongelooflijk beroemd is geworden. Het is waarschijnlijk het allerbekendste stukje Verdi. Ook mensen die niets van opera weten, herkennen het ogenblikkelijk.

Het Slavenkoor in een productie van de Metropolitan Opera (Foto: Metropolitan Opera)
Het Slavenkoor in een productie van de Metropolitan Opera (Foto: Metropolitan Opera)

Eenvoud werkt

En juist dit beroemdste stuk uit de opera valt zo op door zijn betrekkelijk eenvoud. Het deel heeft een redelijk gelijkmatig ritme, met een rustig stuwend orkestmotief dat de muziek voortbeweegt. De opbouw van de frasen is vrij regelmatig, en de koorpartij heeft een overwegend eenstemmig karakter. Maar juist door het geheel zo simpel te houden kan Verdi de gemeenschappelijke, overdonderende emotie des te beter overbrengen. Die emoties hadden begraven kunnen raken, als Verdi zich hier had overgegeven aan muzikale moeilijkdoenerij. Het stuk doet misschien wat ouderwets aan, maar dat past hier prachtig in het dramatische moment: een gevangen volk, dat als uit één mond hun lijden en hun zucht naar vrijheid bezingen.

Het Slavenkoor, ook nu nog een gekoesterd nationalistische symbool in Italië.

Een verborgen boodschap

Hoewel Verdi het zeer waarschijnlijk niet met die intentie schreef, vormde de opera en in het bijzonder het door de Israëlieten in gevangenschap gezongen koor, voor het Milanese publiek een krachtige parallel: grote delen van het Italiaanse schiereiland stonden al lang onder vreemd gezag. In Milaan hadden de Oostenrijkers het gezag in handen. De Milanezen vereenzelvigden zich onmiddellijk met de door de Babyloniërs onderdrukte Israëlieten in de opera.

Het koor werd luid bejubeld, en het publiek stond erop dat het herhaald werd ondanks dat de wet die herhalingen van dit soort koren juist verbood. Een wet uit angst dat dergelijke koren zouden uitgroeien tot protesten tegen het Oostenrijkse gezag. Nabucco vormde zo de eerste opera van Verdi waarin het vrijheidsstreven van de Italianen tot uiting kwam, en die niet alleen muzikaal in de smaak viel, maar ook een open politieke zenuw raakte.

Oude meuk

Merelli was eerst van plan geweest om Nabucco uit te stellen tot een later seizoen. Hij bracht begin 1842 al drie nieuwe producties en was bang dat nog een nieuwe opera van een relatieve nieuwkomer ten onder zou gaan in het premièregeweld. Maar Verdi had de geest gekregen, en overtuigd van de kwaliteiten van zijn Nabucco drong hij er bij Merelli op aan dat de opera toch in datzelfde seizoen in première zou gaan. Merelli zwichtte, maar onder de voorwaarde dat de nieuwe opera zo goed en kwaad als hij kon, zou uitmonsteren met spullen die hij toch al in het magazijn had liggen.

Nabucco viert triomfen

Het kon Verdi allemaal weinig schelen: hij moest en zou zijn nieuwe opera opgevoerd zien. En alles wat mis had kunnen gaan, werkte in dit geval. De oude decors werden niet weggehoond door het kritische publiek, maar droegen alleen maar bij aan de geloofwaardigheid van het Bijbelse verhaal. De opgepoetste decors vielen zelfs zo in de smaak dat het publiek voor de eerste scène in de tempel langdurig applaudisseerde.

Nabucco bleef fier overeind te midden van de concurrentie. Na de eerste acht voorstellingen werd de opera in de herfst alweer hernomen in Milaan, en kreeg daar niet minder dan 57 voorstellingen tijdens het seizoen: een nieuw record. In de daaropvolgende seizoenen werd de opera elke keer hernomen, en al snel volgden producties in de rest van Italië, in de rest van Europa en uiteindelijk zelfs over de hele wereld. Met Nabucco had Verdi eindelijk zijn naam gevestigd als dé operacomponist van Italië.

Giuseppina Strepponi, de eerste Abigaille in Nabucco.
Giuseppina Strepponi, de eerste Abigaille in Nabucco.

De toekomstige Signora Verdi

Nabucco is niet alleen in muzikaal opzicht een belangrijke opera in het oeuvre van Verdi geworden. Verdi schreef de opera voor een specifieke cast met zangers, en de rol van Abigaille werd gezongen door de beroemde sopraan Giuseppina Strepponi. Verdi en Strepponi bleken het meer dan goed met elkaar te kunnen vinden. Vanaf 1847 woonden zij samen, en in 1859 traden zij met elkaar in het huwelijk.

Nabucco vormde zo niet alleen het grote succes dat Verdi’s carrière een enorme impuls gaf, maar liet de componist ook kennismaken met de vrouw die daarna niet meer van zijn zijde zou wijken. Zo werd Nabucco voor Verdi in meerdere opzichten het begin van een nieuw leven.

Verdi’s Nabucco is te horen tijdens de MUSICO-reis naar Bratislava in december en in januari en februari in een nieuwe productie van de Nationale Opera in Amsterdam.

  • Zoek op gerelateerde categorieën:
  • Deel dit artikel met anderen:
Reisideeën
Bekijk al onze blogs

Over auteur Benjamin Rous

Benjamin Rous

Benjamin Rous studeerde Mediterrane Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in dat vakgebied aan dezelfde universiteit. Hij schrijft toelichtingen en geeft inleidingen voor onder meer de Nationale Opera en de Nederlandse Reisopera.

Alle artikelen van deze auteur