De indringende donkere ogen van Bach

Indringende donkere ogen, borstelige wenkbrauwen, een vleugje Mona-Lisa-glimlach rond de lippen en een muziekstuk in de hand. Generaties muziekliefhebbers zijn er mee groot geworden: het schilderij dat Elias Gottlieb Haussmann in 1748 maakte van Johann Sebastian Bach. Een exemplaar van het portret is te bewonderen in het Bach-Museum in Leipzig. Dirigent John Eliot Gardiner had zelfs het geluk dagelijks langs hem te lopen, toen hij klein was, want het hing bij zijn grootvader in de hal. Of geluk … het schilderij overweldigde Gardiner toentertijd nog al. Die ogen achtervolgden hem bij zijn tocht door de hal. Geen doorsnee hal van een doorsnee doorzonwoning natuurlijk, maar uiteraard de hal van een landhuis, in de Engelse countryside. Voor een kleine jongen een lange tocht met priemende ogen in zijn rug…

Portret van Johann Sebastian Bach (Elias Gottlob Haußmann, 1748)
Portret van Johann Sebastian Bach (Elias Gottlob Haußmann, 1748)

Ja, die ogen. Met strenge blik kijkt Bach je vorsend aan. Maar toch, wie langer kijkt, ziet ook de lichtjes in zijn ogen, en het begin van een lach en de uitstraling van “heel interessant wat je zegt, maar ik volg toch liever mijn eigen weg. Mijn weg is misschien niet de makkelijkste maar voor mij wel de mooiste”. Eigenlijk geeft Haussmann hier een prachtige samenvatting van het muzikale oeuvre van Bach: achter een façade van geleerdheid (denk aan zijn streng vormgegeven contrapunt in bijvoorbeeld zijn fuga’s ) spreekt een groot gevoel.

Die Kunst der Fuge

Neem bijvoorbeeld Die Kunst der Fuge. In de jaren 1740 schreef Bach een groot aantal fuga’s op telkens hetzelfde thema. Bij een fuga zetten de verschillende stemmen achter elkaar het thema in waarna er gevarieerd wordt op dit thema. Dat variëren kan op verschillende manieren: je kan het thema achterste voren laten horen, of horizontaal gespiegeld (dus waar in het origineel de melodie omhoog gaat, gaat de melodie bij spiegeling juist omlaag). Andere mogelijkheden zijn het thema sneller of juist langzamer te laten spelen. Bach maakte de uitdaging voor zichzelf nog groter door bij een aantal fuga’s een tweede of zelfs een derde thema aan het eerste thema toe te voegen, waarvoor dan weer dezelfde regels gelden. Bach hield er blijkbaar van dit soort complexe vraagstukken tot een goed einde te brengen. En dan komt het meest fascinerende: wat lijkt op construeren aan de tekentafel, blijkt bij uitvoering zeer het beluisteren waard.

Een passend eerbetoon

Het resultaat was sowieso belangrijker dan de opdracht. Luister bijvoorbeeld naar de prachtcantate “Lass, Fürstin, lass noch einen Strahl” (BWV 198). Toen Christiane Eberhardine von Brandenburg-Bayreuth, in 1727 overleed, was men in Leipzig oprecht diep bedroefd. Deze keurvorstin van Saksen werd in Leipzig op handen gedragen. Terwijl haar man, August de Sterke, zich uit politieke overwegingen zich tot het katholicisme had bekeerd, bleef zij trouw aan de Lutherse kerk. Leipzig besloot tot een grootse herdenking en Bach kreeg de eervolle opdracht om muziek daarvoor te schrijven: een Trauer-Ode. Nu was het gebruik om voor zo’n ode een aantal coupletten tekst te vervaardigen die telkens op dezelfde melodie herhaald werden. Dat was voor Bach niet voldoende voor zo’n belangrijke gelegenheid. Hij hakte de aangeleverde tekst (9 strofes van telkens 8 regels) van literair-politieke coryfee van de Leipziger universiteit, filosoof en dichter professor Johann Christoph Gottsched, zonder enige scrupules in diverse stukken en smeedde ze op zijn eigen wijze aaneen tot een cantate im Italienischen Stil met koren, recitatieven en aria’s.

In het marmer van de muziek beitelt Bach de rouw om de dood van de keurvorstin met Seufzer (dalende secundes) uit, wordt de dood met dissonante akkoorden aangezet maar laat hij de keurvorstin nog eenmaal stralen met prachtige lijnen omhoog.

Verwerking van verlies

Verlies van naasten kan mensen diep raken. Ook Bach heeft het een en ander te verduren maar hij weet de emoties van rouw en verdriet echter altijd om te zetten in wonderschone muziek. Mijn favoriet in dat opzicht: ´Ich wünschte mir den Tod, wenn du, mein Jesu, mich nicht liebtest’ (sopraanaria uit de cantate ‘Selig ist der Mann’, BWV 57). Hiernaar luisteren geeft mij – ondanks alles – toch altijd weer een gevoel van berusting.

De vrolijke noot

En dat het niet alleen kommer en kwel was, blijkt ook uit een heel ander deel van Bachs oeuvre, zeg maar dat deel waar de Mona-Lisa-glimlach vandaan komt. Want wie neemt nu precies wie in de maling in de Kaffeekantate? En muziek kon ook een heerlijk vermaak zijn. Daar wijst het velletje muziek op het portret al op. Het is een raadselcanon van het soort waarmee Bach en zijn familie zich graag vermaakten. Aan de hand van de notatie moest je zelf maar uitvinden hoe de canon in elkaar stak en wanneer je als moest inzetten.

Muziek die raakt

Maar hoe geleerd de muziek er op papier ook uitziet, hoeveel zorg Bach ook aan de constructie besteedde, het raakt altijd je ziel. Waarom? Ik citeer dirigent Philippe Herreweghe: ‘Het Parthenon in Athene, de kathedraal van Antwerpen. Waarom vinden we die gebouwen zo prachtig? Omdat ze genialiteit koppelen aan hoogwaardig vakmanschap. Bij Bach is dat net zo. Zijn vakmanschap is onvergelijkbaar, harmonisch – ook in zake het contrapunt. Daardoor maakt zijn muziek deel uit van ons erfgoed en vindt iedereen zijn muziek goed, tot kinderen toe. Daarbij komt dat Bachs boodschap zeer positief is. Zijn muziek straalt optimisme uit, kracht en moed.’

Het ware gezicht van Mozart

Wie door Salzburg loopt, ontkomt niet aan de man met het rode jasje en de witte kraag. Zelfs in de supermarkt staat bij de kassa een aquariumkom vol kleine Mozartjes met een rood jasje in een goudkleurig wikkel. Maar is deze man met zijn langwerpige krullen in de nek echt wel Mozart?

Mozart, 1819 (Barbara Krafft)
Mozart, 1819 (Barbara Krafft)

Op zoek naar de ware Mozart

De Internationale Stiftung Mozarteum in Salzburg ging zoek naar het ware gezicht van Mozart. Maar liefst veertien portretten die tijdens het leven van Mozart zijn geschilderd, telde men. Dat is toch een aanzienlijk aantal voor een tijd waarin de digitale camera nog ruim twee eeuwen in het verschiet lag.

Het beroemdste beeld van Mozart is waarschijnlijk wel het schilderij dat Barbara Krafft in 1819 schilderde op verzoek van Joseph Sonnleithner die een verzameling schilderijen van beroemde componisten wilde aanleggen. Barbara Krafft ging niet over een nacht ijs: zij ging op bezoek bij Maria Anna (‘Nannerl’), de zus van Mozart. Nannerl had nog drie portretjes van haar broer in huis. Maar niet alle portretten waren geschikt. Een van de portretten was geschilderd toen Mozart net hersteld was van een zware ziekte en hij er niet erg fit uitzag. Een ander vond Barbara Kraft te klein om als basis te gebruiken, hoewel Nannerl er zelf juist erg van gecharmeerd was. Maar het familieportret dat Johann Nepomuk della Croce in 1780 had geschilderd, viel bij Barbara juist wel erg in de smaak. Nannerl en Barbara kwamen overeen dat de Mozart in het familieportret het uitgangspunt zou worden waarbij Barbara Krafft bepaalde karakteristieken uit het kleine portretje zou overnemen om hem iets ouder te doen lijken. Opvallend is dat Mozart bij Barbara Krafft niet één maar twee langwerpige krullen in de nek geschoven kreeg. Hoe ouder, hoe meer krullen?

Familie Mozart, 1780-1781 (Johann Nepomuk della Croce)
Familie Mozart, 1780-1781 (Johann Nepomuk della Croce)

Een ander portret

Hoe het ook zij, de man in de rode jas en met de witte kraag werd het beeldmerk van Mozart. Maar Constanze, de vrouw van Mozart, had nog een ander portret. Een portret dat volgens Constanze het meest op Mozart leek. Het gaat om het schilderij dat Joseph Lange in 1782/1783 van de componist maakte. Het schilderij is al decennia in bezit van het Mozarts Geburtshaus in Salzburg en gold al die tijd als een onvoltooid portret.

Mozart - onvoltooide vergroting (Joseph Lange)
Mozart – onvoltooide vergroting (Joseph Lange)

De analogie met het onvoltooide Requiem dringt zich op, zeker als je de citaten over dit schilderij leest. Zo zegt H.C. Robbins, musicoloog en Mozart-deskundige bij uitstek, over dit portret: ‘the most intimate, most profound, of all the mature Mozart portraits—the only one, really, to catch the ambivalent nature of Mozart’s mercurial mind and to show the profoundly pessimistic side of his many-sided genius.’

Recent onderzoek

Maar recent onderzoek levert een waarheid op die veel bizarder is. Het portret is niet onvoltooid. In werkelijkheid gaat het om een miniatuur (het portretje is niet groter dan 19 x 15 cm) dat op een groter canvas is geplakt, misschien met voornemen om Mozart aan de vleugel te portretteren. Maar daar is het klaarblijkelijk niet meer van gekomen. Waarom? Dat is giswerk. Maar hier hebben we dan toch zo goed als zeker met een tweede beeltenis van Mozart van doen. Een man met een intense gezichtsuitdrukking waar voor ieder die dat wil, een mooi verhaal in te lezen zijn. En eindelijk een portret zonder rood jasje en witte kraag!

Mozart, 1783 (Joseph Lange)
Mozart, 1783 (Joseph Lange)

En die rode Mozart-kugeln in de supermarkt? Dat is namaak. De enige echte Mozart-kugel komt van Konditorei Fürst, al bijna 130 jaar lang, verpakt in elegant zilverkleurig-blauw folie.

Sponsoractie bijlage

Eind december 2017 zit er een speciale bijlage over mijn sponsoractie bij onze MUSICO-brochure. Ik ben ontzettend benieuwd wat voor reacties het gaat opleveren en of mensen inderdaad gaan doneren. Ik speel al ruim 1 jaar met het idee van een sponsoractie, de actie zal nu echt gaan beginnen, er is letterlijk geen weg meer terug! Klik op de coverafbeelding om de bijlage in zijn geheel te lezen. Hierin een interview met mij en mijn broer, de geschiedenis van de Pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, meer informatie over de spierziekte MD en natuurlijk de opzet van mijn sponsortocht. Veel lees plezier!

Als u klikt op bovenstaande button wordt u doorverwezen naar de actiepagina van Remco Roovers op de website van het Prinses Beatrix Spierfonds. Alle betalingen verlopen via dit ANBI- en CBF-registreerde goede doel. Giften zijn onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar.

KLIK HIER OM TERUG TE GAAN NAAR DE HOOFDPAGINA VAN HET SANTIAGO-PROJECT

Dubbelinterview Remco en Edwin Roovers

Remco en Edwin hebben de progressieve spierziekte myotone dystrofie

Ik heb geen zin om op de bank te gaan zitten Netflixen

Twee broers, twee verhalen, één rode draad: ze hebben allebei de progressieve spierziekte myotone dystrofie (MD). Edwin en Remco gaan daar verschillend mee om, maar er zijn ook raakvlakken. “We willen het liefst zo veel mogelijk doen. Gewoon een zo normaal mogelijk leven leiden,” zegt Edwin. En dat lukt aardig. Allebei zijn ze aan het werk, allebei met hun eigen bedrijf. Remco trekt binnenkort zelfs de stoute schoenen aan en gaat 800 kilometer lopen om geld op te halen voor onderzoek.

Edwin is tandarts. Een beroep waarin je op je fijne motoriek moet kunnen vertrouwen. “Dat klopt. Lange tijd ging dat ook uitstekend”, vertelt hij. “In 1999 kreeg ik de diagnose myotone dystrofie, maar ik had toen nog weinig klachten. Zo lang het veilig en verantwoord was, heb ik zelf het tandartsenvak uitgeoefend. Rond 2006 ben ik daarmee gestopt.”

Watervalletjes
“Hoewel ik inmiddels 100% ben afgekeurd, ben ik nog steeds aan het werk. Ik doe veel administratie, maar beoordeel ook foto’s en stel behandelplannen op.” Op die manier is Edwin nog steeds actief betrokken bij zijn praktijk. “Dat vind ik fijn om te doen, maar soms mis ik wel de positieve feedback hoor. Mensen die blij zijn met een mooi gebit, of omdat de kiespijn weg is.”

“Achteruitgang bij MD is een glijdende schaal met af en toe een soort watervalletje erin”, schetst Edwin. “Je gaat langzaam achteruit en soms versnelt dat opeens. Ik stond bijvoorbeeld gisteren te koken en deed er eindeloos over om de afzuigkap aan te krijgen. Ik kan mijn hand gewoon niet hoog genoeg optillen om op het knopje te drukken. Na een heleboel pogingen is het gelukt, maar over een maand of vier kan ik dat dus niet meer.”

Rondvliegende stokken
“Tot 1999 golfde ik, maar op een gegeven moment vlogen de stokken door de lucht. Dat werd te gevaarlijk voor de mensen om mij heen, dus ik moest stoppen. Toen was ik nog roeicoach in Tilburg. Maar om daar te komen moest ik een heel eind over een zandpad fietsen en dat lukte op een gegeven moment niet meer. Weer wat later heb ik ook de carnavalsband vaarwel moeten zeggen. Ik speelde bekkens en we kwamen elke week bij elkaar in het café. Heel gezellig, maar ik heb last van oorsuizen en doofheid. Bovendien kan ik niet meer zo lang staan, dan was ik de dag daarna gesloopt.”

Ik heb me heel lang verzet tegen het idee dat ik ziek was. Ik ontkende het door bijvoorbeeld extra hard te gaan sporten en er nooit over te praten.

“Ja, je moet van steeds meer dingen afscheid nemen en je verliest ook een aantal sociale contacten. Maar ik kan redelijk dealen met de dingen zoals ze zijn. Je weet ook ongeveer wat er gaat komen, ook al zijn er natuurlijk wel individuele verschillen. Er is geen medicijn op dit moment, dus ik probeer zo normaal mogelijk te leven en te focussen op alles wat nog wel kan. Eén voordeel van deze ziekte is dat het geen pijn doet. En mijn motto is: stop je energie niet in dingen die niet helpen. Eindeloos piekeren brengt je nergens en ik heb ook geen zin om de hele dag op de bank te gaan zitten Netflixen.”

“Vaak vragen mensen meteen hoe het fysiek met me gaat. Goedbedoeld natuurlijk, maar je zit er niet altijd op te wachten dat dat de eerste vraag is. Mijn vrouw Marianne werkt ook in de praktijk en krijgt die vraag nog steeds elke dag. Ik ben echt blij dat zij dat allemaal afhandelt, zelf word ik daar niet vrolijk van. Het belangrijkste is eigenlijk: ik wil niet mijn ziekte zijn. Ik héb MD, maar ik bén het niet.”

Coming out
Remco herkent dat gevoel. “Ja, volledig. Maar ik heb veel meer moeite met acceptatie dan Edwin. Ik heb me heel lang verzet tegen het idee dat ik ziek was. Ik ontkende het door bijvoorbeeld extra hard te gaan sporten en er nooit over te praten. Waarom? Tja… ik wilde het niet weten, stak mijn kop in het zand. En het is toch ook een soort schaamte, gek genoeg. Dat ik het er nu over heb, voelt als een coming out. Heel spannend vind ik het.”

Remco studeerde muziekwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht en zang aan het Koninklijk Conservatorium. Hij verdiende zijn brood met de muziek. “Ik zong bij het Groot Omroepkoor. Maar zoals Edwin als tandarts zijn fijne motoriek nodig had, zo had ik de spieren in mijn mond en gezicht nodig. En daar werd ik het eerst gepakt. Ik merkte dat ik niet genoeg kracht meer had om echt goed te kunnen zingen en articuleren. Gelukkig had ik met mijn vriend al een bedrijf dat muziekreizen organiseert, Musico. Dat heb ik toen actiever opgepakt en zo blijf ik verbonden met de muziek.”

Mijn motto is: stop je energie niet in dingen die niet helpen.

Het werk voor Musico beperkt zich niet tot het kantoor. “Nee, ik ben ook veel op pad als begeleider. Soms moet ik even een koffertje sjouwen of een hoge afstap uit een trein nemen, dat is fysiek best inspannend. Maar ik probeer fit te blijven door aan pilates te doen en regelmatig te fitnessen, zwemmen en wandelen. Op dit moment heb ik daar trouwens een extra goede reden voor!”

Santiago sponsorloop
Het plan is om op 30 maart 2018, goede vrijdag, van start te gaan met een grote sponsorloop. “Als het lukt, ga ik 800 kilometer lopen van de Frans-Spaanse grens, door de Pyreneeën, naar Santiago de Compostela. Daar hoop ik rond 6 mei aan te komen. Het is een oude en goed begaanbare route. Ik hoef niet met een kapmes door de jungle, maar ik wil wel mijn eigen rugzak dragen en zo licht mogelijk reizen. Dan kan ik mijn schema aanpassen als het nodig is en overnachten waar het op dat moment het beste uitkomt. Dat wordt nog wat, van viersterrenhotels naar backpacken met je eigen slaapzak.”

De hele wereld is uitgenodigd om Remco Roovers te steunen via zijn actiepagina bij het Prinses Beatrix Spierfonds. Met elke stap een stap dichter bij een medicijn, dat is het idee. “Doneren kan per kilometer, per halve of hele dag, of zelfs voor de hele reis. Op die manier wil ik een positieve draai geven aan deze spannende tijd. En ik hoop dat iedereen ook aan wil geven welk muziekstuk ze vinden passen bij zo’n reis, of bij het lopen. Daar ben ik heel benieuwd naar, misschien maak ik er wel een playlist van.”

Remco besluit: “Kijk, net als Edwin zeg ik: doe wat je kan. Misschien word ik wel voortdurend voorbij gelopen, maar de weg is belangrijker dan het einddoel.” En terwijl Edwin met moeite overeind komt, grinnikt hij: “Het allerleukste is als je je soms nog kunt ergeren aan mensen die te langzaam lopen. Dat is echt een mooi gevoel.”

Als u klikt op bovenstaande button wordt u doorverwezen naar de actiepagina van Remco Roovers op de website van het Prinses Beatrix Spierfonds. Alle betalingen verlopen via dit ANBI- en CBF-registreerde goede doel. Giften zijn onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar.

KLIK HIER OM TERUG TE GAAN NAAR DE HOOFDPAGINA VAN HET SANTIAGO-PROJECT