Het tumult van de tijd – Julian Barnes

Titel: Het tumult van de tijd
Auteur: Julian Barnes
2016
, ISBN 9798 0254 46611
Vertaling van The Noice of Time door Ronald Vlek
Uitgever: Atlas Contact

Wie was Dmitri Sjostakovitsj? Wat dacht hij? Wat deed hij, behalve componeren, drinken en voetbal kijken.

Het was een volstrekt gesloten man. Of zoals Mariss Jansons in 2006 in de Volkskrant zei: “Maar je kreeg moeilijk hoogte van hem. Aan de buitenkant zag je nooit wat … Zijn gezichtsexpressie was effen.”

Wat Dmitri Sjostakovitsj precies dacht, zullen we nooit meer achterhalen. Dat is de portee van alle recensies over boeken die over deze Russische componist zijn geschreven.

Was dit gedrag lijfsbehoud? Daar lijkt het wel op, als je zijn levensgeschiedenis legt naast de grote historische gebeurtenissen in Rusland. ‘Hij werd geboren in Sint-Petersburg, groeide op in Petrograd en werd volwassen in Leningrad (of Sint-Leningrad zoals hijzelf soms zei)’.

Het is een klein zinnetje in de roman van Julian Barnes over Sjostakovitsj, maar het zegt alles over de willekeur van de dictators waaronder hij moest leven. En leven onder een dictator als Stalin die irrationeel en volledig willekeurig als een blad aan de boom kon draaien, deed je het liefst in volstrekte anonimiteit.

Getergd door de muziek

Anonimiteit was Sjostakovitsj inmiddels niet meer gegund. Hij had al naam gemaakt en zijn opera Lady Macbeth uit het district Mtsensk toerde inmiddels met succes al ruim twee jaar door de wereld, toen Stalin – om wat voor redenen dan ook – getergd raakte door de muziek. En ‘getergd’ was genoeg om een leven te vernietigen.

In de willekeur van Stalin kende men nog maar twee soorten componisten: zij die in angst leven en zij die niet meer leven. Zo kwam de angst in het leven van Sjostakovitsj en vele, vele anderen.

Wachten met een koffertje bij de lift

Julian Barnes weet de angst in bedrieglijk eenvoudige zinnen voelbaar te maken. Het kruipt onder je huid. Barnes maakt de irrationele angst rationeel. De angst om ’s nachts opgehaald te worden was zo enorm dat ’s avonds Sjostakovitsj zijn koffertje al klaar zette. De avond daarna besloot hij om gekleed op bed te gaan liggen zodat de vernedering zich voor de mannen die hem zouden komen ophalen, te moeten aankleden hem bespaard zou blijven. Uiteindelijk nam hij zelfs ’s avonds afscheid van zijn vrouw en kind en ging alvast bij de lift staan, om zo zijn vrouw zijn vernedering om opgehaald te worden te besparen. Nachtenlang.

Merkwaardigerwijs werd Sjostakovitsj niet opgehaald. Misschien was zijn ondervrager zelf intussen verdacht geworden en was de aandacht tijdelijk naar iemand anders verschoven. Het waken bij de lift hield op, het gekleed op bed liggen wachten ook. Uiteindelijk pakte Sjostakovitsj zijn koffertje weer uit en ging weer componeren. Wat scheelde was dat hij als burger en de Grote Roerganger (een van de vele bijnamen van Stalin) intussen met dezelfde vijand werden geconfronteerd in de Tweede Wereldoorlog. Merkwaardigerwijs brak er een periode aan van betrekkelijke rust voor de ziel.

Maar van blijvende rust voor de ziel is geen sprake. De Grote Leider zou hem in 1949 persoonlijk opgebeld hebben met de mededeling dat Sjostakovitsj de Sovjet-Unie moest vertegenwoordigen tijdens de Cultural and Scientific Conference for World Peace in New York. En of dit gesprek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden of niet, doet niet ter zake. Noch of Sjostakovitsj daadwerkelijk heeft gezegd dat hij niet kon gaan omdat hij zijn land niet als componist kon vertegenwoordigen in Amerika terwijl in eigen land zijn muziek in de ban was gedaan. Feit is dat vlak voor vertrek Sjostakovitsj weer in genade was aangenomen en zijn muziek weer gespeeld mocht worden.

Stil protest

In New York hield Sjostakovitsj twee speeches. Dat wil zeggen, hij liet ze voorlezen door zijn vertaler waarmee hij op zijn manier duidelijk maakte dat het niet zíjn speeches waren. Het was zijn enige vorm van stil protest. Helaas begrepen niet alle journalisten indertijd dat het niet zelf gekozen woorden waren die de vertaler uitsprak. En dat terwijl de speeches bol stonden van de holle retoriek over formalisme en realisme. Termen die gebezigd werden in de aanvallen door het stalinistisch bewind op componisten die hun eigen weg zochten.

‘Spring uit het raam’, stond er op borden onder het hotel waar Sjostakovitsj verbleef tijdens deze conferentie. Natuurlijk deed hij dat niet, hij had thuis zijn vrouw en twee kinderen. Dat was een enorme verantwoordelijkheid.

Sjostakovitsj in New York
Oproep aan Sjostakovitsj om politiek asiel aan te vragen

In opleiding tot volmaakt Sovjet-burger

En juist deze verantwoordelijkheid bleef hem zijn leven lang achtervolgen. Als Stalin vond dat Sjostakovitsj niet voldoende op het rechte pad bleef, dan kreeg de componist een boekenlijstje en een persoonlijk mentor. Dat leverde weer een extra probleem op dat Barnes haarfijn fileert. Tijdens de lessen genoot Sjostakovitsj een zekere mate van bescherming, want hij was ‘in opleiding’. Maar hoelang kon hij deze lessen rekken? Wat zou er gebeuren als de lessen niet het gewenste effect hadden? Niet alleen met hem maar ook met zijn mentor die dan blijkbaar te kort schoot in zijn pedagogische kwaliteiten?

              In de tijd van Galilei was een collega-geleerde
              Niet dommer dan Galilei
              Hij wist best dat de aarde draaide
              Maar het ook een groot gezin te voeden.

                            (Carrière van Jevtoesjenko uit diens bundel Armzwaai,
geciteerd in Het tumult van de tijd)

Als Stalin dan eindelijk overlijdt, lijkt het te gaan dooien in de Sovjet-Unie. Ja, er komen mensen terug uit de kampen, de Partij lijkt aan zelfkritiek te doen. Moet Sjostakovitsj dan niet eindelijk lid worden van de Partij, als blijk van erkenning dat er iets is veranderd in de Sovjet-Unie?

Een leven lang een lafaard of heel even heel dapper?

Het is moment waarop Sjostakovitsj in de roman van Barnes breekt. Sjostakovitsj vindt zichzelf in de woorden van Barnes een lafaard. Maar is het niet veel moeilijker een leven lang lafaard te zijn dan een held? ‘Daarvoor hoef je maar heel even dapper te zijn, namelijk alleen op het moment dat je de tiran uit de weg ruimt, en ook jezelf’.

Wat Sjostakovitsj ook dacht of voelde, we zullen het nooit zeker weten. Maar de angst en de onmogelijke spagaat waarin Sjostakovitsj verkeerde – en met hem vele anderen – maakt Barnes beklemmend voelbaar. Je wilt het uitschreeuwen dat Sjostakovitsj voor zichzelf moet kiezen, moet opstaan tegen de leugens die over hem verspreid worden. Maar wat ik zelf zou doen in zo’n situatie, met achter je je vrouw, je twee kinderen, je moeder, je vrienden? Ik weet dat zo net nog niet.

Het boek is uit, ik heb het koud gekregen. Van binnen en van buiten. Het wordt tijd op te warmen, in de tuin. In vrijheid.

Dit boek is ook te lezen via de online bibliotheek:
https://www.onlinebibliotheek.nl

Sint-Petersburg dag VI: Izaäkkathedraal en vertrek

Het zit erop. We hebben onze koffers gepakt en vanmiddag reizen we terug naar Nederland. Maar voor we Sint-Petersburg verlaten is er nog tijd voor een bezoek aan de Izaäkkathedraal. Daarom steken we nog één keer de Neva over en lopen we langs de Admiraliteit met op de hoek de daaraan verbonden kerk van Sint Spyridon. Het neoclassicistische complex van de Admiraliteit ontwierp architect Andrejan Dmitrijevitsch Sacharov op de plaats waar Peter de Grote het marineterrein eerder al vestigde.

Admiraliteitskade en de Sint Spyridon, Sint-Petersburg
Admiraliteitskade en de Sint Spyridon, Sint-Petersburg

Na de Admiraliteit slaan we rechtsaf op de Admiraltejskij Prospect, lopen langs het monument van de negentiende-eeuwse schrijver Michail Lermontov en gaan verder tot aan het Izaäksplein, waar de kathedraal aan onze linkerhand oprijst.

Sint Izaäkkathedraal, Sint-Petersburg
Sint Izaäkkathedraal, Sint-Petersburg

De Izaäkkathedraal liet tsaar Alexander I bouwen naar het ontwerp van de Fransman Auguste de Montferrand (1786–1858). Vanzelfsprekend was de selectie van dat plan niet. Vooraanstaande Russische architecten vonden het ontwerp te monotoon en vreesden dat de drassige grond het gebouw onmogelijk zou kunnen dragen. De tsaar moest zijn machtswoord uitspreken om de keuze toch op De Montferrand te laten vallen.
Het grondplan van diens ontwerp heeft de vorm van een Grieks kruis, zoals de Heilige Grafkerk in Jeruzalem of, wellicht belangrijker als voorbeeld voor de neoclassicist De Montferrand, de Villa Rotonda (1556) van Andrea Palladio.

Villa Rotonda - Palladio
Villa Rotonda – Palladio

Rakennetaan kuin Iisakinkirkkoa

De bouw van de kathedraal nam veertig jaar in beslag en duurde van 1818 tot 1858. MUSICO-reisleider Satu Hoogeveen bevestigt dat dit inderdaad in nabijgelegen delen van Finland de zegswijze opleverde ‘rakennetaan kuin Iisakinkirkkoa’, ofwel iets ‘wordt gebouwd als de Izaäkkathedraal’. Een grappige manier dus om aan te geven dat iets heel langzaam gebeurt. Het probleem van de drassige grond werd opgelost door duizenden meterslange palen in de grond te heien tot op de stevige zandlaag. In feite zoals voor het Amsterdamse Stadhuis, het huidige Koninklijk Paleis op de Dam, gebeurde. Dat de kosten voor de bouw aan het einde van die veertig jaar astronomisch hoog bleken te zijn, zal niemand verbazen.

Interieur Sint Izaäkkathedraal, Sint-Petersburg
Interieur Sint Izaäkkathedraal, Sint-Petersburg

In de Sovjet-periode verloor de Izaäkkathedraal haar religieuze status. Het gebouw werd in 1931 zelfs omgevormd tot het Museum voor de geschiedenis van Religie en Atheïsme, compleet met een werkende kopie van de Parijse Slinger van Foucault die op 12 april 1931 in werking gesteld. Niet veel later, in 1937, bracht men de collectie van het nieuwe museum echter al elders onder. Sinds de val van het communisme worden in een zijkapel van de kathedraal weer religieuze diensten gehouden. Alleen op hoogtijdagen mag de rest van het gebouw voor een religieuze eredienst gebruikt worden. In 2017 haalde de Izaäkkathedraal nog de kranten, toen de gouverneur van Sint-Petersburg het gebouw weer aan de Russisch-orthodoxe kerk wilde geven. Lokale protesten verhinderde het en met enige regelmaat vinden er nu concerten plaats. Hier een opname van een uitvoering ter plekke, met de eerste twee delen uit de All-Night Vigil van Rachmaninov, uitgevoerd door het koor van het Rachmaninov-consort van Sint-Petersburg:

Twee delen uit de All-Night Vigil van Rachmaninov door het Rachmaninov Consert Choir of Saint-Petersburg

Na het optreden lopen we de kerk uit en steken we over naar het Senaatsplein, dat helemaal tot aan de Neva doorloopt. Voor de Senaat staan we stil bij het ruiterstandbeeld van tsaar Peter de Grote op een kolossale rots. Tsarina Catherina de Grote liet het beeld voor haar illustere voorganger oprichten, om zo haar macht te legitimeren onder nogal nadrukkelijke verwijzing naar de lijn van successie die haar direct met Peter verbond.

Bronzen standbeeld Peter de Grote, Sint-Petersburg
Bronzen standbeeld Peter de Grote, Sint-Petersburg

Jevgeni en Parasha

En daarmee zijn we weer terug waar we begonnen, bij de mythevorming die rond het stichten van de stad ontstond. In de overlevering staat Peters ruiterstandbeeld bekend als de Bronzen Ruiter, naar het epische gedicht van Alexander Poesjkin uit 1833. Het gedicht beschrijft de lotgevallen van de ongelukkige Jevgeni en zijn geliefde Parasha. Parasha komt om het leven als Sint-Petersburg wordt geteisterd door een verschrikkelijke overstroming van de Neva. Jevgeni vervloekt het ruiterstandbeeld, furieus als hij is op Peter de Grote die uitgerekend deze totaal ongeschikte, moerassige plek uitkoos om zijn stad te stichten. Daarop komt de Bronzen Ruiter als een wrekende Commendatore tot leven en jaagt Jevgeni door de straten van de stad. Het lijk van de arme man wordt niet veel later gevonden, achtergebleven in een vervallen hut aan de oever van de Neva.

Bronzen ruiter (Vasili Surikov - 1870)
Bronzen ruiter (Vasili Surikov – 1870)

Ondanks Poesjkins status als Ruslands grootste dichter duurde het tot ruim twintig jaar geleden voor zijn poëzie naar het Nederlands werd vertaald. Vanaf 1999 verscheen Poesjkins Verzameld Werk in de vertaling van Hans Boland. Voor de VPRO was het de aanleiding om De Bronzen Ruiter als hoorspel op de radio te brengen, verteld en meeslepend geacteerd door vertaler Hans Boland zelf. Hier een link naar dat hoorspel:

https://www.vpro.nl/speel~WO_VPRO_4034957~de-bronzen-ruiter~.html

Als u de opname hebt beluisterd, dan begrijpt u misschien waarom die zangerige intonatie van Hans Boland mij sterk deed denken aan de haast gezongen voordracht door de Russische dichter Joseph Brodsky (1940-1996) van zijn gedicht Plato doorgedacht (1977), opgenomen op Poetry International in Rotterdam in 1989:

https://www.poetryinternational.org/pi/poem/23795/auto/0/0/Joseph-Brodsky/Plato-Elaborated/nl/tile

De werkelijkheid als schim van onbereikbaar ideaal

Denk de idee van Plato’s Grot door en je ziet dat de werkelijkheid slechts een schim is van een onbereikbare ideaal, lijkt Brodsky te willen zeggen. Plato doorgedacht is het gedicht van een banneling, sinds 1972 verdreven uit zijn vaderstad. De dichter stelt zich de ideale stad voor die wordt overgenomen door de geschiedenis. Die ideale stad, zegt hij, zou vreedzaam en utopisch zijn. Ze zou een rivier hebben die van onder een brug vandaan springt, als een hand uit een mouw, de vingers spreidend naar de Golf, zoals Chopin die nooit, zo lang hij leefde, zijn vuist ook maar naar iemand ophief. Maar geleidelijk wordt de zingende stroom metaforen grimmiger. De stad zou een operahuis hebben, vervolgt Brodsky, waar tenoren aria’s zouden zingen om de tiran te amuseren. En de tiran zou vanuit zijn loge applaudisseren, maar de dichter op de achterste rijen zou door zijn tanden heen sissen: ‘Jij griezel.’ Deze stad zou ook een café hebben waar ze een behoorlijke Blanc-manger serveren en waar, als de dichter zijn collega zou vragen waarom we een twintigste eeuw nodig hebben als we al een negentiende hebben, zijn collega strak naar zijn vork en mes zou staren. En zo gaat het verder tot de voorstelling van een ideale stad een pijnlijk, ironisch commentaar op de werkelijkheid wordt.

Voor Brodsky was de weg naar Rusland en Sint-Petersburg voor altijd afgesloten. Hij werd begraven in Venetië, die andere laaggelegen waterstad waar hij zo graag de wintermaanden doorbracht. Jaren geleden bezocht ik het graf op het Isola San Michele, het eiland waar de Venetianen hun doden begraven. Het graf bleek haast volledig overwoekerd door een immense rozenstruik die manshoog, als een vurige fontein van oranjerode bloemen, uit de grond spoot.

Isola San Michele, Venetië
Isola San Michele, Venetië

Tot volgend jaar?

En nu is het echt zover, onze reis zit erop. We gaan naar de luchthaven en vliegen terug naar Amsterdam, of naar waar uw leunstoel zich ook maar bevindt. Tijdens Pesach, het Joodse Pasen dat afgelopen woensdag begon, wordt normaal gesproken gezegd ‘Volgend jaar in Jeruzalem.’ Laten we het er voor deze gelegenheid hoopvol van maken: ‘Volgend jaar in Sint-Petersburg!’

Sint-Petersburg dag V: Russisch Museum, Gergiev in het Mariinsky Concertgebouw

Vandaag is het wat kouder, maar gelukkig breekt de zon al af en toe door terwijl we de Neva oversteken. We zijn op weg naar het Russisch Museum, gevestigd in het enorme Michailovski paleis. De bouw van dit paleis had de nodige voeten in de aarde. Met de planning ervan werd begonnen onder tsaar Paul I, die het paleis bestemde voor zijn jongste zoon, grootvorst Michael Pavlovits. Grote sommen geld werden ervoor apart gezet, maar nog voor de bouw aanving werd de tsaar tijdens een coup vermoord. Het was Michaels oudere broer die vervolgens in 1801 aan de macht kwam als Alexander I.

Michailovski paleis, Sint-Petersburg
Michailovski paleis, Sint-Petersburg

Van paleis naar museum

Onder deze tsaar werd het stof alsnog van de bouwplannen geblazen en tussen 1819 en 1825 verrees het paleis naar een ontwerp van architect Carlo Rossi. Het neoclassicistische gebouw kreeg een centrale plaats in diens ontwerpen voor de stedenbouwkundige modernisering van Sint-Petersburg. In een ensemble van nieuwe straten en pleinen werd het paleis het centrale, beeldbepalende element. Van binnen werd het rijk gedecoreerd en in 1825 schonk de tsaar het aan zijn jongere broer, grootvorst Michael Pavlovits en diens jonge vrouw, groothertogin Elena Pavlovna.

Elena Pavlovna bleef er na de dood van haar man wonen, tot ze overleed in 1873. Het paleis dreigde enkele decennia later door vererving uit handen van de Romanovs te raken en werd daarom aangekocht door de laatste tsaar, Nicholaas II. Hij vestigde er het nieuw opgerichte Russisch Museum, ter nagedachtenis van zijn vader, tsaar Alexander III, met als doel er Russische kunst te tonen. Na een grondige renovatie ging het museum open, waarna later in een herbouwde vleugel ook nog het Etnografische Museum werd gehuisvest.

Michailovski paleis aan gelijknamig plein in 193 eeuw, Sint-Petersburg
Michailovski paleis aan gelijknamig plein in 193 eeuw, Sint-Petersburg

De Russische Rembrandt

De collectie van het Russisch Museum omvat enorm veel, maar wij zijn hier gekomen voor vooral de negentiende-eeuwse Russische schilders. In Nederland kregen verschillende van deze meesters pas volop bekendheid door toedoen van de bekende kunsthistoricus, prof. dr. Henk van Os. Met de succesvolle tentoonstelling Het geheim van Rusland in het Groninger Museum in 2002 werd de naam van schilder Ilja Repin, bijgenaamd de Russische Rembrandt, in een klap wereldberoemd in heel Nederland. En terecht. Ilja Repin (1844-1930) is de onbetwiste leider van de negentiende-eeuwse Russische realistische schilderschool. Tot op de dag van vandaag wordt hij beschouwd als dé nationale schilder van Rusland. Hij was een zeldzaam virtuoos kunstenaar die zijn sociale engagement vastlegde in briljant geschilderde, dramatisch schilderijen. Voor de liefhebber hier via deze links twee mooie interviews met Henk van Os over de tentoonstelling, in het Drenthe Magazine en Trouw van 5 januari 2002 door Cees Straus:

En hier is de link naar het artikel in Trouw:

https://www.trouw.nl/cs-b33f57ee

De Wolgaslepers (Ilya Repin)
De Wolgaslepers (Ilya Repin)

Van Repin to Malevitsj

In het Russisch Museum worden verschillende werken van Repin bewaard, waaronder de beroemde Wolgaslepers en het Portret van Tolstoj. Maar er zijn ook vele andere Russische meesters te bewonderen, van onbekende icoonschilders, tot de begaafde leerling van Ilja Repin, Boris Kustodjev en suprematisten als Kasimir Malevitsj (afb. x).

Op weg naar de Mariinsky Concertzaal

Na ons bezoek aan het museum keren we terug naar het hotel, om na wat uit te hebben gerust alweer vroeg te verzamelen voor het diner in restaurant Repa. We wanen ons in dit restaurant nog even in museale sferen. Het werd gedecoreerd door de Russische ontwerpster Alena Akhmadullina, met wandschilderingen die zijn geïnspireerd op het werk van de hedendaagse, romantisch Russische schilder Andrej Remnev.

De appels van de Hesperiden (Andrej Remjev, 2007)
De appels van de Hesperiden (Andrej Remnev, 2007)

Aansluitend lopen we naar het Mariinsky Concertgebouw, voor een avond met Sibelius en Prokofjev en het Mariinsky Orkest onder leiding van de onnavolgbare dirigent Valery Gergiev. Solist in het Vioolconcert in d, op. 47 van Jean Sibelius is de jonge violist Ravil Isliamov, voormalig leerling aan het Conservatorium in Moskou van violist en pedagoog Alexander Vinnitsky.

Het Vioolconcert van Sibelius …

Jean Sibelius schreef zijn enige vioolconcert in 1904, waarna hij nog aanpassingen maakte in 1905. Het werk is symfonisch van opzet en violist en orkest zijn hier gelijke grootheden. Sibelius droeg het stuk oorspronkelijk op aan de befaamde violist Willy Burmester die het had zullen spelen op de geplande première in Berlijn. Om financiële redenen besloot Sibelius het stuk echter voor het eerst in Helsinki op te voeren, zonder Burmester maar met de van oorsprong Tsjechische violist Victor Nováček (1873–1914). Tot het allerlaatste moment bleef Sibelius aanpassingen maken in het zeer virtuoze stuk en de première was dan ook geen succes. Hierna besloot Sibelius substantiële veranderingen in het stuk aan te brengen. Deze nieuwe versie ging in oktober 1905 in première bij de Staatskapelle Berlin, onder leiding van Richard Strauss. De componist was zelf niet bij die gelegenheid aanwezig.

… met een onbekende eerste versie

De eerste versie van het Vioolconcert bleef grotendeels onbekend, totdat de erven van Sibelius in 1991 toestemming gaven voor een opvoering en één opname, door Leonidas Kavakos onder directie van Osmo Vänskä. Deze eerste versie, zo mogelijk technisch nog uitdagender voor de solist, is wat langer en bevat thema’s die in de herschreven versie sneuvelden. De cadens uit het eerste deel is echter ongewijzigd in beide versies.

Een historische opname van Jascha Heifetz met het London Philharmonic Orchestra onder leiding van Thomas Beecham geldt nog altijd als één van de mooiste:

Vioolconcert van Sibelius, uitgevoerd door Jascha Heifetz met het London Philharmonic Orchester onder leiding van Sir Thomas Beecham (1935)

Bijzonder indrukwekkend is ook Isaac Stern, in een live opname uit 1969 met de Philadelphia Symphonic Orchestra:

Vioolconcert van Sibelius, uitgevoerd door Isaac Stern met het London Symphony Orchestra onder leiding van André Previn (1971)
Sergei Prokofjev
Sergei Prokofjev

Het Derde Pianoconcert van Prokofjev

Na de pauze gaan we verder in heel andere muzikale sferen, met Sergei Prokofjev. Solist is de veelbelovende jonge pianist Ilya Papoyan.

Prokofjev schreef vijf pianoconcerten, maar alleen het Derde Pianoconcert in C, op. 26  dat we vanavond horen, wordt regelmatig uitgevoerd. Al in 1911 was de componist met de eerste aanzetten ervan begonnen. Hij pakte het werk weer op in 1916-1917, om het uiteindelijk pas in de zomer van 1921 te voltooien. Op 16 december 1921 ging het in Chicago in première, met de Chicago Symphony Orchestra onder leiding van Frederick Stock. Prokofjev, die vanwege de Russische revolutie in zelfgekozen ballingschap naar het westen was uitgeweken, was zelf de solist. In Rusland zou het stuk voor het eerste op 22 maart 1925 klinken, met pianist Samuil Feinberg en het orkest van het Theater van de Revolutie onder leiding van Konstantin Saradzhev.

Hoewel het pianoconcert dus over een periode van jaren werd geschreven, valt hiervan niets te merken in de muziek zelf. Zijn karakteristieke stijl met snelle ritmiek, vloeibare lyrische passages en scherpe harmonieën maken de hand van deze meester ook onmiddellijk herkenbaar. In het werk klinken vooraankondigingen van zijn balletmuziek voor Romeo & Julia uit 1935-1936. Hier een opname uit 2012 met het Mariinsky Orkest onder leiding van Valery Gergiev met Denis Matsuev:

Derde Pianoconcert van Prokofjev door Denis Matsuev en het Mariinsky Orkest onder leiding van Valery Gergiev (Moskou 2012)

Prokofjev had als pianist/componist in Sint-Petersburg zijn debuut gemaakt in 1908 met de Suggestion Diabolique. Meteen was duidelijk dat zijn uitdagende composities lijnrecht ingingen tegen het romantische muzikale idioom van de tijd. Luister hier als toegift naar een opname uit 1935 van deel 4 van de Suggestion Diabolique, met Prokofjev zelf op piano:

Suggestion Diabolique van Prokofjev, uitgevoerd door de componist zelf (Parijs, 1935)

Lees hier het verslag van de zesde dag van de (virtuele) reis naar Sint-Petersburg.

Sint-Petersburg dag IV: het Catharinapaleis in Pushkin en Verdi’s Falstaff

Met de kamermuziek van Mozart, Beethoven en Reicha nog in onze oren hebben we heerlijk geslapen. Vandaag vertrekken we vroeg naar Pushkin voor een rondleiding door het Catharinapaleis.

Catharinapaleis in Tsarskoe Selo
Catharinapaleis in Tsarskoe Selo

Pushkin (Tsarskoe Selo) ligt zo’n vijfentwintig kilometer ten zuiden van het centrum van Sint-Petersburg. Het was de voormalige zomerresidentie van de Russische tsaren en bestaat uit verschillende paleiscomplexen en tuinen. Tegenwoordig is het zo’n populaire bestemming dat het raadzaam om vroeg te komen. Het grootste paleiscomplex hier is het Bolshoi (grote) ofwel het Yekaterininsky (naar Catherina I) paleis, dat met zijn omringende tuinen Versailles naar de kroon steekt.

Alexanderpaleis in Tsarskoe Selo
Alexanderpaleis in Tsarskoe Selo

Zo eindigde het

Ernaast ligt het Aleksandrovsky of Alexanderpaleis, waar de laatste tsaar Nicolaas II en zijn gezin graag verbleven en waar ze na Nicolaas abdicatie kort bleven wonen. In de Sovjet-tijd werd het nabij plaatsje Tsarskoe Selo omgedoopt in Pushkin, naar Ruslands beroemdste dichter.

Leden van de familie van tsaar Nicolaas II bij het Alexanderpaleis - 1914
Leden van de familie van tsaar Nicolaas II bij het Alexanderpaleis – 1914

En zo begon het

Het was tsarina Elisabeth van Rusland die haar hofarchitect Francesco Bartolomeo Rastrelli (1700-1771) belastte met de bouw van het huidige Catharinapaleis. Deze Rastrelli, een in Parijs geboren Italiaan die 1716 met zijn vader in Sint-Petersburg arriveerde, kwamen we gisteren al tegen als ontwerper van het Winterpaleis. De stilistische overeenkomsten tussen de twee complexen in weelderige rococostijl zijn dan ook evident. Rastrelli nam ook andere projecten voor Elisabeth ter hand, waaronder zijn laatste en misschien wel meest ambitieuze project, het Smolnyklooster in Sint-Petersburg.

Hollands classicisme in Rusland

Het Catharinapaleis is vernoemd naar Catherina I, moeder van tsarina Elisabeth van Rusland en echtgenote van tsaar Peter de Grote. Catharina I kreeg het landgoed van haar man cadeau na diens overwinningen in de oorlog tegen Zweden. Zo kwam het dat hier al in 1718 een villa verrees in, hoe kan het ook anders, Hollands classicistische stijl, omringd door een formele tuin zoals op dat moment ook in de Nederlanden ‘en vogue’ was. In zekere zin is het jammer dat dit ensemble op de schop ging. Maar we klagen niet, er kwam veel indrukwekkends voor in de plaats.

Catharina I (Jean-Marc Nattier, 1717 - Hermitage)
Catharina I (Jean-Marc Nattier, 1717 – Hermitage)

Een geheim huwelijk

Dat Elisabeth van Rusland zich met de bouw van een nieuw paleiscomplex kon bezighouden, was lang niet altijd vanzelfsprekend. In eerste instantie leek de tsarenkroon aan deze dochter van Catharina I en Peter de Grote voorbij te gaan, dankzij politieke machinaties van onder meer vorst Alexandr Mensjikov. Deze schatrijke gouverneur van Sint-Petersburg verwierf door zijn vriend Peter de Grote veel macht. Met hulp van de elitetroepen van het Preobrazhenski-regiment wist Elisabeth echter in 1741 de macht grijpen en een jaar na deze coup werd ze tot tsarina gekroond. Een aardig detail voor ons muziekliefhebbers is dat een knappe zanger uit het koor van de Sint-Petersburgse hofkapel een vooraanstaande rol in die Paleisrevolutie zou spelen. Het betekende het einde van zijn zangcarrière, maar deze Aleksej Grigorjevitsj Razoemovski was voor andere dingen bestemd. Hij werd op 6 mei 1742, de dag van Elisabeths kroning, benoemd tot hofmaarschalk van de nieuwe keizerin en de twee zouden in het geheim trouwen.

Tijdens onze rondleiding door het paleis kwamen we deze mannen van het Catharinapaleis Kamerkoor tegen, hier met een Russisch volkslied, zoals de tenor aankondigt: ‘Das Lied von Wolgaschlepper’:

Lied van de Wolgaschlepper, uitgevoerd in het Catharinapaleis (Tsarskoe Selo)

Catharina de Grote (Fedor Rokotov, 1763 - Tretyakov gallery
Catharina de Grote (Fedor Rokotov, 1763 – Tretyakov gallery

De verbouwingen olv Catharina de Grote

In 1762 kwam Catharina de Grote aan de macht en onder haar bewind werden de paleiscomplexen in Tsarskoe Selo verder uitgebreid. Rond het grote meer bij het Catharinapaleis legde men een luxueuze tuin aan met waterwerken. De rococo van Rastrelli werd vervangen door het neoclassicisme waarnaar Catharina’s voorkeur uitging, maar ook andere modieuze trends die onder meer via Engelse ontwerpboeken hun intrede deden. Zo kwam er in het naastgelegen Alexanderpark, waarschijnlijk naar voorbeeld van een dergelijke opzet in het Zweedse Drottningholm, een Chinees miniatuur stadje, compleet met een Chinees theater, pagodes en verschillende bruggen.

Barnsteen

Eén van de hoogtepunten van het Catharinapaleis is de zogenaamde barnsteenkamer. Wat we nu zien is overigens een reconstructie. De nazi’s zouden de kamer in 1942 helemaal ontmantelen en het barnsteen in kisten overbrengen naar het toenmalige Köningsberg (Kaliningrad). Daar werd de kamer weer opgebouwd, maar het was niet van lange duur. Binnen de kortste keren moest alles terug in de kisten vanwege de zware bombardementen. Helaas gingen de kisten toch geheel of gedeeltelijk verloren en het geroofde ensemble keerde niet terug naar Rusland. Als onderdeel van de restauratie van het Catharinapaleis werd de barnsteenkamer veel later, met gebruik van nieuw materiaal, in oude luister hersteld.

Falstaff in het Mariinsky

Na de lunch is het tijd om weer terug te rijden naar Sint-Petersburg, want vanavond wacht ons in het nieuwe Mariinsky theater de komische opera Falstaff, een laat meesterwerk van Giuseppe Verdi. Susan Dorrenboom, Taco Stronks en Remco Roovers bespraken de opera een paar dagen geleden in een prachtig blog, waarnaar ik graag verwijs.

Wie nog een paar hoogtepunten uit het stuk wil meepikken, zie hier de uitstekend acterende en zingende Ambrogio Maestri als Falstaff met Stephanie Blythe als Mrs Quickly, in de geestige productie van de Metropolitan Opera:

Duet tussen mrs Quickly (Sephanie Blythe) en Falstaff (Ambrogio Maestri) uit Falstaff, waarin Falstaff wordt uitgenodigd bij Alice Ford op bezoek te komen. Het is de eerste aanzet om Falstaff te grazen te nemen. (Metropolitan Opera 2013)

Uit diezelfde productie de finale, met de beroemde fuga ‘Tutto nel mondo è burla!’:

Finale uit Falstaff met onder meer Ambrogio Maestri als Falstaff (Metropolitan Opera 2013)

Maar we zijn niet voor niets in Sint-Petersburg, dus tot slot nog een registratie van de Falstaff die in mei 2018 in het Mariinsky Theater in première ging. U hoort hier Natalya Pavlova als Alice Ford:

Natalya Pavlova als Alice Ford in Falstaff (Mariinsky Theatre, 2018)

Het was een lange dag, morgen verder

Na afloop van de opera gaan we terug naar het hotel, waar we nog iets drinken en napraten. Morgen onze één na laatste dag in Sint-Petersburg, waar we ons inmiddels zo goed thuis voelen.

Lees hier het verslag van de vijfde dag van de (virtuele) reis naar Sint-Petersburg.

Sint-Petersburg dag III: de Hermitage en kamermuziek

Met Boris Godoenov van gisteravond nog in onze oren, steken we na het ontbijt de Paleisbrug over naar de Hermitage. De gebouwen, waaronder het lichtgroene Winterpaleis, tekenen zich helder af aan de overkant van het water, schijnbaar binnen handbereik. Het museum werd gesticht in 1764, toen Catharina de Grote een omvangrijke collectie schilderijen verwierf van Johann Ernst Gotzkowski, een rijke Berlijnse handelaar en oprichter van zijde- en porseleinfabrieken.

De Hermitage: een lange kade vol kunstschatten

De collectie van de Hermitage is tegenwoordig van een ongelofelijke breedte en omvat alles van antiquiteiten, koetsen, kostuums, wandtapijten en grafiek, tot eenentwintigste-eeuwse installaties van de in de Verenigde Staten woonachtige Russische conceptuele kunstenaar Ilja Kabakov. Die objectenrijkdom is verdeeld over verschillende gebouwen. Het hoofdcomplex aan de Neva alleen bestaat al uit zes paleizen, waarvan vijf – het Winterpaleis, de Kleine Hermitage, Oude Hermitage, Nieuwe Hermitage en het Hermitage Theater – publiekelijk toegankelijk zijn. En nog kan niet de gehele collectie getoond worden.

Een van de paleizen van de Hermitage, Sint-Petersburg
Een van de paleizen van de Hermitage, Sint-Petersburg

Met de bouw van het Winterpaleis werd begonnen in 1754. Het was een winterverblijf in barokke stijl dat Bartolomeo Francesco Rastrelli voor toenmalig tsarina Elisabeth Petrovna ontwierp. In 1762 greep Catherina Alexeyevna, née Princess Sophia-Augusta-Frederika von Anhalt Zerbst de macht van haar man tsaar Peter III. Met haar kroning tot keizerin werden de plannen aangepast naar Catharina’s moderne neoclassicistische smaak. Haar eerste aankopen zou ze onderbrengen in wat nu bekend staat als de Kleine Hermitage, het kleinere paleis dat ze in 1765-1766 naast het Winterpaleis liet bouwen.

Het begin: Hollandse en Vlaamse meesters

Met zoveel werken wordt het moeilijk kiezen waar te beginnen, maar een mooie start is de schilderijencollectie waar het allemaal mee begon. De collectie die Catharina verwierf van Gotzkowski, was eigenlijk bestemd voor Frederick II van Pruisen. Na de geldverslindende Zevenjarige Oorlog, moest Frederick van de aankoop afzien. De collectie bestond uit 225 werken van vooral Hollandse en Vlaamse meesters en was onevenwichtig van kwaliteit. Maar met bijvoorbeeld het Portret van een jonge man met een handschoen van Frans Hals vormde het een mooie start voor een verzameling die door Catharina spoedig werd aangevuld.

Portret van een jonge man met een handschoen (Frans Hals, Hermitage)
Portret van een jonge man met een handschoen (Frans Hals, Hermitage)

In de zomer van 1769 arriveerde de enorme collectie prenten, tekeningen en schilderijen van de connaisseur hertog Von Bruhl, waaronder de fenomenale Perseus en Andromeda van Rubens. De beroemdste verzameling die Catharina verwierf was de schilderijencollectie bijeengebracht door bankier en connaisseur Pierre Crozat. De onderhandelingen over de aankoop verliepen via filosoof Diderot en de collectie bevatte Italiaanse meesterwerken als de Danae van Titiaan en Judith van Giorgione, maar ook veel schilderijen van Franse zeventiende- en achttiende-eeuwse meesters als Nicolas Poussin, Antoine Watteau en Jean-Simeon Chardin.

Danae (Titiaan, Hermitage)
Danae (Titiaan, Hermitage)
Zelfportret van Jean-Baptist Chardin (Hermitage)
Zelfportret van Jean-Baptist Chardin (Hermitage)

Kunst kijken maakt hongerig

Kijken maakt hongerig en voor de lunch lopen we naar restaurant Abrikosov. Het is vernoemd naar naamgever Alexey Ivanovich Abrikosov, een Russian entrepreneur, industrieel en in 1906 stichter van de luxe zoetwarenwinkel A. I. Abrikosov & zonen. Restaurant Abrikosov serveert niet louter Russische gerechten, maar prominent op het menu vinden we wel als eerste kaviaar, geserveerd met blinis, ui en zure room. Heerlijk ongetwijfeld, maar misschien niet de beste optie om thuis in quarantaine nog eens uit te proberen.

Echt Russische broodpudding

Aangezien ik receptuur had beloofd om thuis mee aan de slag te gaan, wijken we liever uit naar een recept voor broodpudding op zijn Russisch. We hebben hiervoor nodig oud brood, appelen, suiker, kaneel, beschuit en vooruit, zure room, allemaal producten die u mogelijk wel in huis hebt. Daarom dit recept uit Jelena Molochovets, Een geschenk voor de jonge huisvrouw, het beroemdste Russische kookboek aller tijden dat sinds 1861 herdruk na herdruk zag. In Nederland verscheen het in 1995 in een uitstekende bewerking van culinair journalist Anne Scheepmaker, met mooie inleidingen en bruikbare receptuur.

Broodpudding met appel – Poeding iz boelki s sjablokami
Klop 5 eieren en meng er 1 ½ glas melk, 1 ½ glas verkruimeld oudbakken brood, ¾ glas zure room, kaneel en ½ glas suiker door; goed mengen. Besmeer een vorm met ½ lepel boter en strooi er de kruimels in van 2 à 4 beschuiten. Giet wat van het mengsel in de vorm en leg daarop een laag appels, in stukjes gesneden en bestrooid met suiker. Dan weer een laag deeg, een laag appels en bovenop deeg. Zet het bijna 1 ½ uur in de oven; keer de pudding om op een schaal.
(De inhoud van een glas staat gelijk aan 205 gram = 0,205 liter)

Terug in het hotel is er tijd om uit te rusten en we kleden ons om voor het concert vanavond in de Kleine zaal van de Philharmonia. We blijven nog even in klassieke sferen, want op het programma staan:
Mozart – Kwintet voor hoorn, viool, altviolen en cello
Beethoven – Septet voor strijkkwartet, klarinet, hoorn en fagot
Reicha – Kwintet voor hobo en strijkers

Hoe het Septet met Beethoven aan de haal ging

Beethoven zetten de eerste aanzetten voor het Septet in 1799 op papier en hij voltooide het werk een jaar later. Het werd voor de eerste maal opgevoerd tijdens een huisconcert bij prins Schwarzenberg, waarna het in première ging in het Weense Burgtheater op 2 april 1800. Het programma voor die gelegenheid omvatte een symfonie van Mozart, een aria en een duet uit Haydn Die Schöpfung, een improvisatie, een pianoconcert en een nieuwe symfonie van Beethoven zelf, en dit Septet, opgedragen aan keizerin Maria Theresia.

Het stuk bleek zeer goed aan te slaan bij het publiek en uit brieven van Beethoven aan zijn uitgever Hoffmeister weten we dat de componist ook zelf onmiddellijk was doordrongen van de commerciële potentie ervan. Binnen de kortste keren kwamen er diverse bewerkingen, onder meer voor piano, cello en viool dan wel klarinet voor zijn arts, Johann Adam Schmidt en een versie voor strijkkwintet van Beethoven zelf. Ook andere al dan niet door de componist geautoriseerde bewerkingen doken op.

Het stuk is opgewekt en optimistisch van sfeer. Ook al schreef Beethoven het in een periode van grote onzekerheid en ellende over zijn gehoorverlies, echo’s van de galante achttiende-eeuwse rococo klinken er duidelijk in door. Met de jaren zou het stuk de componist echter zozeer op de zenuwen werken dat hij een bewonderaar zou hebben toegesnauwd: ‘Het Septet werd geschreven door Mozart!’

Janine Jansen en vrienden voerden in 2011 het stuk uit op het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht. Een registratie ervan vindt u hier:

Septet van Beethoven, door Janine Jansen & Friends tijdens het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht in 2011

Een live opname van Mozarts Hoornkwintet met op hoorn Katy Woolley, sinds augustus 2019 aanvoerder van de hoorn van het Koninklijk Concertgebouw Orkest, vindt u hier:

Hoornkwintet van Mozart met Katy Woolley tijdens het Whittington International Chamber Music Festival (Shropshire UK) in 2016

Een registratie van het kwintet voor hobo en strijkers van Antonín Reicha, vindt u hier:

Hobokwintet van Reicha door het Kuboin Quartet en hoboist Dušan Foltýn

Lees hier het verslag van de vierde dag in Sint-Petersburg.

Sint-Petersburg dag II: een stadsrondrit en Boris Godoenov

Het is onze eerste echte dag in Sint-Petersburg en volgens goede MUSICO-traditie beginnen we met een verkenning van de stad. De neerslag van vorige week is verdwenen, af en toe breekt de zon door. Met al het water dat de stad doorkruist en omringd, betekent dit dat we worden getrakteerd op die bijzondere lichtintensiteit die Sint-Petersburg zo eigen is.

Gezicht op de Neva - Theodoor Hildebrandt - 1844 - Rijksmuseum
Gezicht op de Neva, Theodoor Hildebrandt, 1844 – Rijksmuseum

Taartpunt of pijlvorm

We starten onze rondrit waar we gisteren een eerste blik op de stad wierpen. Deed het uitkijkpunt in de Neva ons toen nog denken aan een afgeronde taartpunt, de Sint-Petersburger ziet er liever een pijlvorm in, vandaar de naam Strelka.

Peter de Grote bestemde deze oostpunt van het Vasilevski-eiland tot het intellectuele en administratieve centrum van de nieuwe stad. Het duurde tot 1767 voor een plan voor de Strelka werd ontwikkeld. De vader van dat ontwerp, Italiaans hof-architect Giacomo Quarenghi (1744-1817) voorzag in veel, zoals de befaamde rode monumentale erezuilen op de kop van het eiland. Zulke naar antiek voorbeeld gemodelleerde ‘columna rostrata’ werden opgericht ter herinnering aan maritieme overwinningen. De gaslampen bovenop hielpen bij het navigeren op de rivier. Tegenwoordig worden ze alleen nog voor feestelijkheden ontstoken, maar indrukwekkend blijven ze, deze kolossen met hun versieringen van scheepsboegen en personificaties van de vier grote Russische rivieren.

Erezuilen - Vasilevski-eiland Sint-Petersburg
Erezuilen op het Vasilevski-eiland in Sint-Petersburg

Italiaanse renaissance-architectuur in Rusland

Architect Quarenghi had een duidelijke voorkeur voor de renaissance architect en architectuurtheoreticus Andrea Palladio (1508-1580). De echo daarvan bleef tot in de negentiende eeuw doorklinken, bijvoorbeeld in het ontwerp voor het beursgebouw dat op de kop van de Strelka verrees.

Fyodor Yakovlevich Alekseyev - Strelka met beursgebouw - 1810
Strelka met beursgebouw, Fyodor Yakovlevich Alekseyev, 1810

Het vooruitgangsideaal van Peter de Grote

Het gebouw kreeg het aanzien van een eigentijdse tempel voor de vrijhandel. Rechts daarvan zien we het oude Douanegebouw (1829-1832), sinds 1927 het Instituut voor Russische Literatuur. En links de onder Peter de Grote gerealiseerde Kunstkamera (1719-1727), nu het Museum voor antropologie en etnografie, waarmee invulling werd gegeven aan tsaar Peters vooruitgangsideaal.

In dit oudste museum van de stad bracht Peter de Grote zijn collectie preparaten onder, die hij voor het astronomische bedrag van 30.000 gulden had verworven van de anatoom, zoöloog en botanicus Frederik Ruysch (1638-1731). Het was de Amsterdamse burgemeester Witsen die de introductie verzorgde. Ruysch die het anatomisch ontleden en prepareren van naturalia tot wetenschappelijke kunst verhief, was toen al wereldberoemd.

Maar laten we weer instappen en verder rijden, eerst langs de in 1724 opgerichte Staatsuniversiteit met haar rood-witte colleges.

Staatsuniversiteit op het Vasilevski-eiland, Sint-Petersburg
Staatsuniversiteit op het Vasilevski-eiland, Sint-Petersburg

Delftsblauw

Daarna passeren we het paleis van de schatrijke gouverneur van Sint-Petersburg, Alexandr Mensjikov (1673-1729), die enkele kamers van top tot teen voorzag van 24.000 Delfts blauwe tegels (afb. x). De zich verrijkende vriend en beschermeling van Peter de Grote poogde na diens dood als voogd van de tsarenkinderen de macht naar zich toe te trekken, hij eindigde echter in een strafkamp. Tegenwoordig is het paleis onderdeel van de Hermitage.

En verder gaat het weer, langs de imposante Academie voor Beeldende Kunsten (afb. x), nog zo’n gerenommeerd achttiende-eeuws keizerlijk instituut, over de Annunciatiebrug langs Admiraliteit en Hermitage.

We slaan af naar de negentiende-eeuwse suikerspin, de Kerk van de Verlosser van het Bloed en rijden over de Nevski Prospekt, de voornaamste straat van Sint-Petersburg, tot we aan het einde ervan voor het achttiende-eeuwse Alexander Nevski-kloostercomplex staan. Al met al overweldigende indrukken die verwerkt moeten worden bij de lunch. In het hotel rusten we wat uit, want ons wacht vanavond de muziek.

En vanavond wacht ons muziek: Boris Godoenov

Boris Godoenov. Als één opera Rusland en haar geschiedenis symboliseert, dan is het wel dit meesterwerk van Modest Moessorgski. De opera ging in première op 8 februari 1874, na twee keer te zijn afgewezen. Locatie van die oer-opvoering: het Sint-Petersburgse Mariinsky Theater, de plek waar wij de voorstelling vanavond zullen bijwonen.

Boris, tsaar tegen wil en dank, of toch niet?

De opera in vier bedrijven volgt het toneelstuk van Aleksandr Poesjkin over de zestiende-eeuwse tsaar. Na de dood van Iwan de verschrikkelijke en diens zoon Fjodor, wordt Boris Godoenov regent. De overgebleven tsarevitsj, Iwans tweede zoon Dmitri, is nog maar vier jaar oud. Als deze Dmitri onder mysterieuze omstandigheden om het leven komt, smeekt het volk Boris de tsarenkroon te aanvaarden. Hij gaat met tegenzin akkoord en blijkt een goede heerser, maar hij wordt getroebleerd door het geheim dat hij met zich meedraagt.

Ook van buitenaf wordt aan Boris’ positie gerammeld. Onder leiding van vorst Sjoeiski pogen tegenstanders de macht van Boris te ondermijnen. In een klooster hoort novice Grigori hoe Boris Godoenov tsarevitsj Dmitri liet ombrengen. Grigori besluit zich uit te geven voor Dmitri en rukt op naar Moskou. Vorst Sjoeiski laat de Doema weten dat Boris zijn verstand heeft verloren. Raaskallend sterft Boris, bezweken onder de grote spanningen. Een nieuwe heerser dient zich aan en een Heilige Dwaas beweent het lot van Rusland.

Zo dramatisch mogelijk en zo waarachtig mogelijk

Moessorgski had tot dan toe in het muziekleven weinig opzien gebaard. Een eigen operatraditie kende Rusland op dat moment nauwelijks, het waren vooral Italiaanse en Franse opera’s die klonken. Daarin kwam verandering met componist Michail Glinka, een lijn die Moessorgski met de andere componisten van het zogenaamde Machtige Hoopje voortzette. Volksmuziek die de nationale Russische ziel tot uitdrukking moest brengen, nam in hun werk een belangrijke plaats in. Dit maakte deel uit van een streven naar een zo waarachtig mogelijke dramatische stijl en een zo groot mogelijk realisme, zonder onnodige uitweidingen en versieringen. Die idealen van het Machtige Hoopje komen in Boris Godoenov overtuigend tot uitdrukking. Bijzonder is ook hoe Moessorgski proza zo op muziek wilde zetten, dat het getrouw was aan natuurlijke spraakpatronen.

Favoriete bas-rol

Het maakt dat de onverbiddelijke ondergang van de ontzagwekkende, maar tegelijkertijd meelijwekkende Boris Godoenov zeer nabij komt. De koren waarin het volk spreekt, zijn fantastisch. De talloze muzikale effecten als Russische klokken en carillons kleuren de orkestratie, maar bovenal is Boris een van de meest geliefde bas-rollen aller tijden. Vele grote stemmen lieten hun sporen na, van Feodor Chaliapin, Boris Christoph, John Tomlinson die bij De Nationale Opera te horen was, de fantastische Finse bassen Martti Talvela en Matti Salminen tot de geweldige Bulgaar Nicolai Ghiaurov (echtgenoot van Mirella Freni) die hier in deze opname klinkt:

De dood van Boris Godoenov uit Boris Godoenov met Nicolai Ghiaurov in de Weense Staatsoper in 1984

Om ons een voorstelling te maken van onze eigen avond, hier een registratie van het galaconcert voor de heropening van het Mariinsky Theater II in 2013. U hoort bas Evgeny Nikitin als Boris Godoenov, met het Sint-Petersburgse Mariinsky Theaterorkest en Koor onder leiding van Valery Gergiev:

Kroningsscène uit Boris Godoenov met Evgeni Nikitin en Sergei Semishkur tijdens de gala opening van Mariinsky II in mei 2013 onder leiding van Valery Gergiev

Voor een volledige opname van Boris Godoenov, hier de Berliner Philharmoniker onder Claudio Abbado met bas Anatoli Kotscherga in 1998:

Boris Godoenov in Salzburg, 1998 door de Berliner Philharmoniker onder leiding van Claudio Abbado. Enscenering: Herbert Wernicke. Belangrijkste solisten: Anatoli Kotscherga (Boris), Ruxanda Donose (Fjodor), Philip Langridge (Schuiski), Alexander Morosow (Pimen), Vladimir Galouzine (Dimitri), Marjana Lipovsek (Marina) en Sergei Leiferkus (Rangoni)

Met dank aan Benjamin Rous, Opera. Een geschiedenis in 27 sleutelwerken Amsterdam 2019 en zijn nagezonden Boris-tip: de fantastische Martti Talvela in ‘Dostig ya vyshey vlásti’:

De monoloog van Boris (Dostig ya vyshey vlásti ) in de tweede akte uit Boris Godoenov met Martti Talvela als Boris Godoenov

Lees hier het verslag van dag 3 van deze – virtuele – reis naar Sint-Petersburg.

Sint-Petersburg dag I: Leunstoeltoerisme

Maanden hadden we ons verheugd en vandaag zou het zover zijn: vanaf maandag 6 april zou een groep MUSICO-reizigers zes dagen in Sint- Petersburg verblijven. Als reisleider was dit goed voor maanden voorpret. Boeken werden aangeschaft, cd’s beluisterd, films bekeken en artikelen herlezen. Overijverig begon ik zelfs met een cursus Russisch, alles ter voorbereiding van zes onvergetelijke dagen.
Gelukkig is zo’n voorbereiding niet voor niets. In dit blog in zes afleveringen zal ik de komende dagen met u aan onvervalst leunstoeltoerisme doen. Laten we in gedachten naar Sint-Petersburg afreizen. Al is het slechts op papier en beeldscherm, laten we een stadsrondleiding maken, concerten en opera’s bezoeken, kunstwerken bewonderen en smaken van de Russische keuken oproepen. Eenvoudige receptuur wordt bijgeleverd. Kortom: lees, kijk, luister en geniet. Vergeet niet af en toe de ogen te sluiten om uw verbeelding haar werk te laten doen.

Dag één: Nederland – Sint-Petersburg

Veel steden kennen enige mythevorming rondom hun ontstaansgeschiedenis. Beroemd is de mythe van Venetië, eeuwenlang bekend als de ‘Eerste republiek van het christendom.’ De stad was immers ná de val van het Romeinse Rijk ontstaan, volgens Venetianen zelfs door goddelijke interventie en met hulp van de heilige Marcus. ‘La Serenissima’ was zo de ware opvolger van het antieke, heidense Rome, hetgeen op alle mogelijke manieren in architectuur en beeldende kunst werd uitgedrukt.

Kaart van Rusland (Nicolaes Visscher)
Nicolaes Visscher, Kaart van Rusland, 1677 – 1679, Rijksmuseum, Amsterdam

Ook Sint-Petersburg, met Amsterdam een ‘Venetië van het Noorden’, kent haar mythische geboorte. Hierbij vervult tsaar Peter de Grote de rol van goddelijke gezant, Amsterdam krijgt een mooie bijrol. De reizen van tsaar Peter de Grote door West-Europa en zijn verblijf in de Nederlanden, inspireerden hem tot het laten verrijzen van een nieuwe stad. Als locatie koos hij de moerassige delta van de Neva rivier. Deze feiten zijn aannemelijk genoeg, maar enige verdichting volgt al snel.

Anoniem, Gezicht op de Neva in Sint Petersburg, Rijksmuseum, Amsterdam
Anoniem, Gezicht op de Neva in Sint-Petersburg, Rijksmuseum, Amsterdam

Het droombeeld van tsaar Peter

Op 16 mei 1703 kreeg tsaar Peter, uitkijkend over dat water van de Neva, een ingeving. Noem het een visioen of een droombeeld: hij zag een nieuwe stad voor zich, met een glorieuze architectuur, strak stratenplan en een bloeiende maritieme industrie. De tsaar, nooit te beroerd om zelf een werktuig op te pakken, sneed een turf-plag in repen en smeet ze op de grond. Wijzend naar de o zo toevallig in kruisvorm neergevallen turf sprak hij: ‘Laat hier een stad ontstaan.’ En zoals dat gaat in legendes, op dat ogenblik vloog een arend over. In sommige versies zijn het er zelfs twee, overeenkomstig het wapen van de Romanovs. Nu schijnen adelaars in de regio niet voor te komen. En van een visioen vertaald naar een puntgaaf keizerlijk stadsontwerp is geen sprake. Maar een verhaal moet ergens beginnen.

Anoniem, Peter de Grote bouwt aan St Petersburg: de Peter en Paul burcht
Anoniem, Peter de Grote bouwt aan Sint-Petersburg: de Peter en Paul burcht

Een beroemde leerling in Amsterdam …

Tijdens een wandeling over de stille Amsterdamse Oostenburgergracht stond ik vorige week voor het gebouw van de voormalige Admiraliteitslijnbaan (1660), spetterend in het zonlicht. Op de zijkant van het pand is een plaquette te vinden: ‘Hier woonde en werkte tsaar Peter de Grote, 30 augustus 1697 – 15 januari 1698’ (afb. x). Interessanter nog is de bronzen tekst eronder, een kopie van het getuigschrift van VOC-scheepstimmerman Gerrit Claesz Pool voor zijn illustere leerling, de tsaar van Rusland.

Vanaf zondag 25 augustus 1697 verbleef Peter de Grote namelijk met zijn gezantschap in Amsterdam. Op voorspraak van burgemeester Nicolaes Witsen studeerde hij er scheepsbouw op de werf van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De zo in techniek geïnteresseerde tsaar werkte er onder toezicht maandenlang aan de bouw van het VOC-schip Peter en Paul, een project dat speciaal voor hem was opgezet.

Abraham Storck, Het fregat Peter en Paul, Stadsarchief Amsterdam
Abraham Storck, Het fregat Peter en Paul, Stadsarchief Amsterdam

… en in Zaandam

In de populaire overlevering is het vooral de keizerlijke connectie met Zaandam, denk aan het beroemde ‘Czaar Petershuisje’, dat tot de verbeelding spreekt. Maar het verhaal wil ook dat drommen nieuwsgierige Zaankanters zich aan de grote Rus bleven vergapen.

Willem van Senus naar Evert Maaskamp, Czaar Peterhuisje in Zaandam met het stenen omhulsel uit 1820, Rijksmuseum, Amsterdam
Willem van Senus naar Evert Maaskamp, Czaar Peterhuisje in Zaandam met het stenen omhulsel uit 1820, Rijksmuseum, Amsterdam

Daar kreeg Peter de Grote al snel genoeg van en Amsterdam schoot te hulp. Het VOC terrein op Wittenburg was voor publiek afgesloten en Peter kon er in alle rust zijn opleiding vervolgen. Met een feestmaal in de Kloveniersdoelen en groot vuurwerk op een drijvend ponton in de Amstel werden hij met zijn gezantschap op 29 augustus 1697 welkom geheten. Het was de feestelijke bekrachtiging van de bijzondere band die tussen Peter de Grote en Amsterdam dus wel degelijk heeft bestaan.

Isaac de Moucheron, Vuurwerk paviljoen in de Amstel voor Peter de Grote, Stadsarchief Amsterdam [tekening]
Isaac de Moucheron, Vuurwerk paviljoen in de Amstel voor Peter de Grote, Stadsarchief Amsterdam [tekening]

Avondlicht in Sint-Petersburg

Van Amsterdam terug naar Sint-Petersburg. Voor het gemak zijn we aangekomen bij ons hotel op het Vasilevski eiland in de Neva. In het late zonlicht lopen we nog even naar de Universiteitskade, daar waar het eiland als een soort taartpunt de rivier in steekt. Voor ons de Peter- en Paulusvesting, de vermeende plek waar het allemaal begon. Rechts over het water de imposante silhouetten van de voormalige Admiraliteit en het Winterpaleis, nu Hermitage. Maar laten we niet op de dingen vooruitlopen, het licht begint al te wijken. We lopen terug naar ons hotel, eten wat en rusten uit. Morgen verder, als het tijd is om de stad te verkennen.

Lees hier het verslag van dag twee van deze – virtuele – reis naar Sint-Petersburg.

De Russische ziel in muziek

Op zaterdag 11 april 2020 zou het ballet Doornroosje van Tsjaikovski op het programma staan tijdens de reis naar Leipzig. U kent deze componist allemaal, maar ik wil u graag iets vertellen over de geschiedenis van de Russische muziek, die heel anders is dan in andere westerse landen.

Het begint met de Russisch-orthodoxe kerkmuziek en de volksmuziek. Daarna heeft de muziek in Rusland zich niet ontwikkeld, zij kennen geen eigen barokmuziek of renaissance of klassieke tijd. Tot de 19e eeuw bepaalden Italiaanse, Franse en Duitse componisten de wereldlijke muziek in Rusland. Er heerste een constante strijd of het land Europees of Aziatisch van karakter moest zijn.

Om een beetje in de stemming te komen laat ik u een paar delen uit de Vespers (in het Engels meer correct de All-Night Vigil genoemd) van Rachmaninov horen, gezongen door het Nederlands Kamerkoor .

Ik heb deze Vespers met het Omroepkoor en het Nederlands Kamerkoor vaak uitgevoerd en het was een hele klus om de uitspraak van het Russisch goed onder de knie te krijgen. Omdat wij het cyrillisch schrift niet konden lezen, werd het fonetisch aangeboden maar dan nog was er bij iedere repetitie een taalcoach aanwezig.

Nederlands Kamerkoor onder leiding van Peter Dijkstra voert enkele delen uit de All-Night Vigil van Rachmaninov uit.

Wat is er nou zo anders aan de geschiedenis van de kunstmuziek in Rusland in vergelijking met die van de andere landen? Het land was dun bevolkt en arm, er waren behalve Moskou en Sint-Petersburg eigenlijk eeuwenlang geen cultuurcentra, een groot verschil met Italië en Duitsland waar adel en (kerk)vorsten de kunsten bevorderden en financierden.

Aan de culturele leiband van Italië

Een ander probleem was dat Russische componisten uit die begintijd meestal lijfeigenen waren die door de Italianen, die bij de rijke adel in dienst waren, werden onderwezen. Voor het ontwikkelen van een eigen stijl was geen ruimte. Geen wonder dat die eigen stijl in Rusland pas laat op gang kwam. Overigens werd het lijfeigenschap in Rusland pas in 1861 afgeschaft door Alexander de Tweede.
Een echt mecenaat ter bevordering van de kunst bestond niet in Rusland onder de grootvorsten, behalve tijdens de regeringen van de tsarina’s Anna Ivanovna (1730-1740) die Italiaanse operagezelschappen naar Sint-Petersburg haalde, en tijdens die van Catharina de Grote (1762-1796).

Italiaanse operagezelschappen maakten tournees door de in die tijd belangrijke Russische steden en pas aan het begin van de jaren 1770 ontstonden de eerste Russische opera’s in de eigen taal naar  buitenlandse voorbeelden. In de negentiende eeuw kwam eindelijk de autonome Russische opera tot bloei.

Als de vader van de Russische muziek wordt Michael Glinka genoemd. Op 27 juni 1888 noteerde Tsjaikovski in zijn dagboek: ‘De hele Russische symfonische school is volledig aanwezig in Glinka’s Kamarinskaya. En ja: met Glinka (1804-1854) begon aan het begin van de negentiende eeuw inderdaad de Russische ‘klassieke’ muziek en Glinka’s principebesluit om volkse melodieën als basis voor zijn muziek te kiezen werd door de generaties na hem overgenomen. En gelijk hadden ze, want de volksmuziek in dat enorme rijk had veel te bieden qua harmoniek, ritme enz.

Kamarinskaya van Glinka: het eerste Russische orkestwerk dat in zijn geheel gebaseerd is op een Russische volkslied.

Maar dat ging uiteraard niet helemaal vanzelf. Zo kreeg de westers georiënteerde pianist Anton Rubinstein (niet te verwarren met de beroemde pianist Arthur Rubinstein een eeuw later) die het muziekonderwijs van Sint-Petersburg professionaliseerde en voor het conservatorium vooral westerse docenten aantrok, een lawine van kritiek over zich heen. Tegenover zich had hij de leden van het zogenaamde Het Machtige Hoopje. Muziek moest vooral  Russisch klinken.

Opvallend is echter dat de meeste leden van Het Machtige Hoopje geen muzikale achtergrond hadden. Cui, Moessorgski en Rimski-Korsakov waren militairen en Borodin was opgeleid tot chemicus. Alleen Balakirev had als kind al een gedegen muzikale opleiding gekregen. Hij was dan ook initiatiefnemer van Het Machtige Hoopje.

De componisten van het 'Machtige Hoopje': Balakirev, Borodin, Cui, Moessorgski en Rimski-Korsakov
De componisten van Het Machtige Hoopje: Balakirev, Borodin, Cui, Moessorgski en Rimski-Korsakov

Afstand van de groep

Rimski-Korsakov begon later te twijfelen aan de doelstelling van de groep. Door veel zelfstudie, en contacten met de meer westers-georiënteerde Tsajikovski ontwikkelde hij zich in een andere richting, alhoewel hij bevriend bleef met de anderen. Uiteindelijk werd hij een belangrijk pedagoog en leverde als leerlingen onder anderen Glazoenov, Prokofjev en Stravinsky af.

Van tsaristische tot stalinistische censuur

In de muziekgeschiedenis van Rusland was er altijd censuur. Van componeren wat in je opkwam vanuit een vrije geest, was geen sprake. De hervormingen van Alexander II aan het eind van de vorige eeuw hadden wel enige invloed op het culturele leven. Zo werd het staatsmonopolie op theaters in 1882 afgeschaft waardoor hier en daar een kapitaalkrachtige mecenas een eigen gezelschap kon oprichten en daarmee kunstenaars meer vrijheid kregen.

De laatste culturele bloeitijd van tsaristisch Rusland, de zogenaamde Zilveren Tijd, leverde een hausse aan avant-gardistische stromingen op: het neo-nationalisme, het symbolisme, het primitivisme, het futurisme. Dat was een klimaat waarin iemand als Skrjabin kon gedijen. En het was de tijd waarin Diaghilev uitgenodigd werd naar Parijs te komen. Zijn Ballets Russes gaf Russische componisten enorme kansen, denkt u maar aan de wereldwijde successen van Stravinsky’s Vuurvogel en de Sacre du Printemps.

De Russische revolutie kwam en alles werd anders. De overheid eiste een proletarische cultuur. Voortaan moest kunst optimistisch en positief zijn, ze mocht vooral niet choqueren en al helemaal niet experimenteel. Het moest begrijpelijk zijn voor het proletariaat. Het muziekleven werd steeds meer gebureaucratiseerd. Sjostakovitsj maakte zijn opwachting en werd door het regime naar voren geschoven als ‘De Russische componist’. Maar rond 1930 werd de vrijheid weer aan banden gelegd. Veel componisten vertrokken naar het westen of belandden in inferieure baantjes. Stalin startte zijn eerste vijfjarenplan. Dat betekende voor de muziek dat enkel het massalied nog was toegestaan en componisten gedwongen werden in collectieven te werken. Daarbij moesten ze rekenschap afleggen van iedere noot die ze schreven en bovendien hun werk ter beoordeling voorleggen aan collega-componisten. 

Van Sjostakovitsj wil ik u graag de ‘Romance’ uit de suite The Gadfly laten horen, zo prachtig gespeeld door de violiste Nicola Benedetti.

Violiste Nicola Benedetti speelt ‘Romance’ uit de suite The Gladfly van Sjostakovitsj

De gevierde Sjostakovitsj bleek niet veilig te zijn. Zijn opera Lady Macbeth van Mtsensk was al twee jaar lang een succes, toen Stalin het werk voor het eerst zag. Het beviel Stalin totaal niet en Sjostakovitsj viel in ongenade, een uiterst gevaarlijke situatie. Er verscheen een anoniem stuk in de Pravda, waarin het werk werd neergesabeld als te modern en decadent. Ook Prokofjev die in de jaren ’30 nog vol optimisme naar zijn vaderland was teruggekeerd, werd volledig kapot gemaakt. Hieronder kunt u een heel bekend deel uit het ballet Romeo & Julia zien dat Prokofjev schreef toen hij weer terug was in Rusland. Met donkere klankkleuren laat Prokofjev perfect de onderhuidse spanning tussen de Capuleti en de Montagues al horen.

Een van de bekendste delen uit Romeo & Julia van Prokofjev: de dans van de ridders.

Wonderschone balletmuziek

Tot slot een fragment uit het ballet Doornroosje op muziek van Tsjaikovski – want daar ging het nu uiteindelijk allemaal om. In Leipzig zouden we voorstelling zien met een choreografie van Jeroen Verbruggen. Ik laat u echter een video zien van The Royal Ballet, waarin dansers commentaar geven op het verhaal en waarin ook de ongelofelijke prestatie van de dansers te zien is.

Introductie op Doornroosje door leden van de Royal Ballet, de dirigent en artistieke directie, gebaseerd op de productie uit 2006.